Jongeren in actie

Iedereen heeft een mening over vluchtelingen. De één wil ze allemaal welkom heten, een ander kan geen vluchteling zien. Tussen die twee standpunten zitten alle andere meningen. In de samenleving wordt van alles geroepen. Wat moet je daar nu van
vinden? Op de bank zitten Beate van Vulpen (16) uit Marknesse en Tabitha Aangeenbrug (16) uit Emmeloord. Zij geven hun mening over een aantal stellingen die gaan over vluchtelingen.

De problematiek van de vluchtelingen is in de eerste plaats een politiek probleem. Wij moeten het vooral daar laten liggen.
Tabitha: “Ja, eens. Als gewone burgers moeten we er ook niet als eerste ons probleem van maken. Vorig jaar hebben we het op school, tijdens de lessen van maatschappijleer, gehad over het omgaan met de overheid. De overheid is ons door God gegeven en moeten we ook gehoorzamen, als het is naar Gods Woord. Niet heel het probleem kunnen we oplossen, maar het zorgen voor hen die op onze weg geplaatst worden is al een hele stap.” Beate: “Eens met de stelling. Daarnaast is het ook een maatschappelijk probleem. Als alle vluchtelingen hier blijven, vind ik dat ze moeten integreren. Daar kunnen we als burgers mee helpen. Daar ligt onze taak. Ik ken mensen in mijn omgeving, die eerst ‘niets met vluchtelingen’ hadden. Nu helpen ze gezinnen om zich hier in Nederland aan te passen aan de taal en de cultuur.”

Een asielzoeker of vluchteling, dat zijn twee verschillende soorten mensen.
Beate: “In de Bijbel zijn er ook economische vluchtelingen. Naomi had honger en vluchtte naar Moab. Maar ze ging zonder God. Eigenlijk is er geen verschil. De Bijbel kent geen
verschil tussen mensen. We hebben de opdracht gekregen om voor ze te zorgen”.
Tabitha: “Het maakt wel verschil. Soms vluchten mensen voor geweld. Er is dan een kans om gedood te worden. Iemand die hierheen komt om er financieel beter van te worden, maakt voor mij wel een verschil. Het verschil zit in de reden waarom iemand weggaat en hier komt om asiel aan te vragen.”

Jullie zijn in je vrije tijd op zaterdagmiddag bezig met kinderen uit het AZC
uit Luttelgeest. Hoe zijn jullie in aanraking gekomen met de Kinderbijbelclub?
Tabitha: “Door de maatschappelijke stage, die ik van school moest doen in de vierde
klas. Eerst was ik een paar keer meegegaan met m’n broer. Ik vind het heel mooi als
kinderen vrolijk zijn en gelukkig kijken. Je bent vooral non-verbaal bezig, want je kunt
elkaar niet verstaan. Toch begrijpen deze kinderen veel. Ik vind het belangrijk dat ze
op deze plek even niet hoeven denken aan wat ze hebben meegemaakt”. Beate is door
haar moeder in aanraking gekomen met het werk van de Kinderbijbelclub. “Soms
zie ik er wel tegenop om te gaan, maar ik ben achteraf altijd dankbaar dat ik er ben
geweest. Het werk geeft voldoening.

Heb je tips voor je leeftijdsgenoten voor wat betreft het werken
met asielzoekers en vluchtelingen?
Tabitha: “Het is goed om te kijken naar je naaste. Je moet niet gelijk een oordeel
klaar hebben. Doe er je maatschappelijke stage. Het is leerzaam en een nuttige
tijdsbesteding.” Beate: “Doe vooral wat je leuk vindt om met hen te doen. Geef geen oordeel, als je er nog nooit mee in aanraking gekomen bent. Ga aan het werk! Steek je handen uit je mouwen”.

Dit interview is eerder geplaatst in Daniel (18-2015)